Op donderdag 30 mei is een stolperstein geplaatst ter nagedachtenis aan verzetsstrijdster Gerardina Margaretha Smits-Serverus. De steen werd gelegd in de stoep voor het huis aan de Waalhofflaan 8 in Voorburg, waar zij tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde.

Verzet
Gerardina Smits-Serverus en haar man Amand woonden al veertien jaar op de Waalhofflaan voordat de oorlog uitbrak. Samen waren zij actief in het verzet tegen de Duitse bezetter. Amand, samen met hun zoon Bob, was betrokken bij de Nederlandse Unie, een politieke beweging die zich verzette tegen de NSB en in eind 1941 door de Duitsers werd verboden. Gerardina richtte haar verzetsactiviteiten op het ondergronds werk, waarbij ze samen met haar 13-jarige dochter Angelica voornamelijk Joodse kinderen hielp onderduiken, eerst bij gezinnen in het Westland en later ook in het buitenland.

“J”
Dankzij hun werkzaamheden op de paspoortenafdeling van de gemeente Den Haag konden Gerardina en Amand Joodse paspoorten vervalsen. Ze verwijderden de verplichte “J” met speciale inkt, waardoor Joden konden ontsnappen aan vervolging.

Opgepakt
Begin december 1942 werden beide echtelieden vanwege deze verzetsactiviteiten door de Duitsers opgepakt en naar de gevangenis in Scheveningen (‘Oranjehotel’) afgevoerd. Een dag later werd Amand om onopgehelderde reden vrijgelaten. Gerardina bleek inmiddels weggevoerd, eerst naar een tussenstation in het Duitse Kleef, om vervolgens naar een concentratiekamp overgebracht te worden. Eind november 1943 kreeg Amand te horen dat zijn vrouw Gerardina op 8 november 1943 in Ravensbrück was overleden, zogenaamd aan een ziekte. Zij is 46 jaar geworden.

De familie Smits-Serverus is nog steeds op zoek naar mensen die in contact zijn geweest met hun grootouders en die herinneringen hebben aan hun oma, opa en/of moeder. Bent u of kent u iemand die hen gekend heeft? Neem dan contact op via gm.van.gend@kpnmail.nl.